‘Er zitten zelfs cliënten in ons kantoor te werken’

Delen op social media

Omgaan met corona hoort voorlopig bij ons werk. In de serie Middin in coronatijd vertellen collega’s hoe ze dit doen. In dit deel: Lisette Heerschap. Zij is begeleider op werklocatie Waldeck, waar dagelijks zoveel mogelijk cliënten op anderhalve meter van elkaar aan het werk zijn. ‘We hebben dit jaar veel gezelligheid gemist, maar gezondheid staat voorop.’

Elk plekje benut

Er zijn dagen dat Lisette Heerschap haar eigen kantoor niet kan gebruiken op werklocatie Waldeck. ‘We hebben een groot gebouw met twaalf lokalen,’ vertelt ze. ‘Maar om zoveel mogelijk cliënten op anderhalve meter afstand van elkaar te kunnen laten werken, wordt elk plekje benut. Dus zitten er soms zelfs cliënten in ons kantoor te werken, zodat ze een-op-eenbegeleiding kunnen krijgen. Ik zoek dan een ander plekje. De cliënten gaan altijd voor.’

Sociale leven

Lisette – twee dagen per week werkzaam op kantoor en twee dagen als activiteitenbegeleider – is al lang blij dat het weer gezellig druk is op Waldeck. In het begin van de coronatijd kwamen er dagelijks soms maar vijftien in plaats van de gebruikelijke tachtig cliënten met een (ernstige) lichamelijke en/of verstandelijke beperking en met niet-aangeboren hersenletsel. Ouders hielden hun kinderen uit voorzorg thuis en veel cliënten die bij Middin wonen, deden werkzaamheden op de woonlocatie. ‘Maar gaandeweg werd het weer steeds drukker,’ vertelt Lisette. ‘Omdat het beter ging met de coronacijfers, maar ook omdat er weer meer ruimte kwam voor het welzijn van cliënten. Voor veel cliënten viel de dagelijkse structuur weg. Hun wereldje is vaak klein; werk vormt een belangrijk onderdeel van hun sociale leven. Het wegvallen daarvan had forse impact.’

Afstand houden

Die structuur is inmiddels terug. Een aantal  cliënten met een zeer hoog risico op een ernstig verloop van corona wordt begrijpelijkerwijs nog thuisgehouden door de ouders. Verder is vrijwel iedereen weer aan het werk. ‘En het verrast me echt hoe goed ze omgaan met het afstand houden,’ zegt Lisette. ‘We moeten er soms wel op wijzen, maar hoeven echt niet de hele dag politieagentje te spelen. Veel situaties worden door de groep onderling opgelost.’

We moeten naar cliënten blijven luisteren, om zo het goede te kunnen doen.
vertelt Lisette

‘Naar elkaar toegegroeid’

Die sociale controle is prettig, want de nieuwe manier van werken vraagt veel van de begeleiders. ‘Voorheen stond je met z’n tweeën op tien tot twaalf cliënten. Nu hebben we gemiddeld één begeleider op vijf cliënten, omdat we de groepen klein willen houden. Qua aantal vergelijkbaar, maar je moet wel alles alleen doen. De één is beter in sfeer maken en de ander is beter in plannen. Voorheen kon je elkaar aanvullen, nu kijkt iedereen naar jou. Dat is soms pittig, maar we praten er veel over met elkaar. Als team zijn we nog meer naar elkaar toegegroeid.’

Gezondheid boven alles

Hoe kijkt Lisette terug op 2020? ‘We hebben vooral een hoop gezelligheid gemist. Gezelligheid die hier normaal zo vanzelfsprekend was. Ook missen we de werkzaamheden die vanwege corona niet kunnen doorgaan, maar we proberen elke keer weer zoveel mogelijk goede alternatieven te vinden.

De gezondheid van de cliënten staat daarbij altijd voorop. Niet alle cliënten vinden de huidige situatie leuk. Dat gaat vooral om cliënten die bij elkaar wonen en hier – vanuit gezondheidsoogpunt – ook in dezelfde groep werken. Die zijn elkaar soms een beetje zat, maar sinds we de groep hebben gesplitst op basis van hun interesses, zijn ze meer tevreden. Een van de belangrijkste lessen die we in de coronaperiode nog maar eens hebben geleerd, is dat we goed naar de cliënten moeten blijven luisteren, om zo het goede te kunnen doen.’