Overprikkeling bij hersenletsel: soms is een zonnestraaltje al teveel

Delen op social media

Een korter lontje, geen energie meer hebben en vergeetachtigheid – deze symptomen komen Iris en Saskia, ambulant begeleiders bij Middin, regelmatig tegen. ‘Meer bewustzijn over overprikkeling kan mensen met hersenletsel enorm helpen.’

Overprikkeling bij NAH

Wil je hier meer over lezen?

Een zonnestraaltje dat door de luxaflex komt en op de vloer schijnt – deze vorm van overprikkeling kan voor mensen met hersenletsel grote gevolgen hebben. ‘Ik zat in de woonkamer van een man waar luxaflex voor het raam hing,’ vertelt Iris. ‘Het licht kwam er tussendoor. Hij kwam binnen met thee en bleef letterlijk staan. Hij kon zich niet meer bewegen door de plotse prikkel van het zonlicht. Normaal gesproken doe je de luxaflex dicht en is het klaar. Maar iemand met hersenletsel kan hier nog dagen last van houden.’

Doorzettingsvermogen en kracht

Iris Tuit en Saskia Wijnbeek zien het dagelijks in hun werk: overprikkeling is van grote invloed op het leven van mensen met niet-aangeboren hersenletsel (nah). Beiden hebben een bak met ervaring en werken als ambulant begeleider in een specialistisch team nah bij Middin. Saskia zegt: ‘De belangrijkste drijfveer in ons werk? Dat is vooral het besef dat het leven van mensen nadat ze hersenletsel hebben opgelopen, volledig op hun kop staat. Het zijn mensen die midden in het leven stonden en die ineens met allerlei (lichamelijke) beperkingen te maken krijgen. Ze moeten een compleet nieuwe invulling aan hun leven geven. Ga er maar aan staan. Ik zie veel doorzettingsvermogen en kracht. En dat bewonder ik.’

Overprikkeling in dagelijks leven

Overprikkeling bij hersenletsel betekent dat de hersenen niet goed kunnen filteren waardoor geluid, geur en licht harder binnenkomen. Mensen met nah hebben dan tijd en rust nodig om de prikkels te verwerken en hiervan te herstellen. Overprikkeling komt vaak pas naar voren als mensen – na een revalidatieperiode – weer thuis komen wonen en het dagelijks leven weer van start gaat. Saskia zegt: ‘Mensen komen bijvoorbeeld terug in hun gezin waar ze hun vader- of moederrol weer moeten vervullen. Met jonge kinderen die luidruchtig door het huis rennen. Dan komt pas goed aan het licht waar ze hulp bij nodig hebben.’

Praktische doelen

Door overprikkelingsklachten raken mensen vriendschappen kwijt en komen ze soms in een isolement. Iris weet dat eerst structuur aanbrengen en vervolgens aan praktijkgerichte doelen werken goed helpt. ‘Voor iemand die moeite heeft met het licht bekijken we de mogelijkheden voor een speciale bril. Heeft iemand moeite met op visite gaan? Dan bespreken we ‘waar ga ik zitten? En hoe lang ga ik dan?’. Voor naasten is dit soms nog lastig te begrijpen. Zij denken: ‘Hij is thuis, het gaat goed, waarom reageert hij dan toch vaak zo boos?’ We geven dan voorlichting, zodat naasten begrip krijgen.’ 

Structuur en vertrouwen

Volgens Saskia is in de begeleiding - naast structuur – vooral vertrouwen heel belangrijk. ‘Mensen met nah zijn iets van zichzelf kwijtgeraakt. Ze vinden het moeilijk om het leven en andere mensen weer te vertrouwen. Een man die ik begeleidde, was universitair geschoold, maar werd voor zijn gevoel na zijn hersenletsel overal behandeld alsof hij het niet begreep en werd vervolgens niet op het juiste niveau ingeschat. Het duurt dan even voordat je als begeleider een band hebt opgebouwd.’ Iris vult aan: ‘We zorgen ervoor dat we dat vertrouwen niet beschamen. We werken in duo’s zodat iemand – bij vakantie of ziekte – altijd één vertrouwd gezicht heeft. Het effect van wisselende gezichten kan zijn dat mensen zorg weigeren, boos zijn of niet meer open vertellen waar ze hulp bij nodig hebben. Dat willen we koste wat het kost voorkomen.’

Hooi op je vork

‘We zijn erg gericht op eigen regie van cliënten,’ zegt Iris. ‘Het is maatwerk. Wat voor de ene cliënt wel werkt als hij naar een verjaardag gaat, geldt misschien niet voor een ander. De methodiek ‘Hooi op je vork’ helpt hierbij. Dan kijk je onder meer ook naar hoe iemand was vóór het letsel. Samen met de cliënt en naasten komen we dan tot oplossingen en passende doelen. Wat normaal gesproken ‘automatisch’ gaat, is voor veel mensen met nah helemaal niet zo vanzelfsprekend.’

Meer begrip helpt

Meer begrip voor wat prikkels met mensen met nah kunnen doen, zou hen enorm kunnen helpen. ‘En je hier steeds bewust van zijn, valt niet mee hè?,’ zegt Saskia. ‘Zelfs als begeleider lukt het niet altijd. Als iemand mij vertelt: ‘jij weet niet hoe het voelt als ik uit het veld geslagen ben door de deurbel’, denk ik: ja, je hebt helemaal gelijk. Maar ik kan wel mijn best doen om er rekening mee te houden.’

Zoek je hulp bij niet-aangeboren hersenletsel? Of wil je meer weten over Hersenz of de methodiek Hooi op je vork? Neem contact op